Galerie ter Braak
Henk van Leeuwen v.O.


Hieronder een korte levensbeschrijving, op ons verzoek geschreven door zijn helaas kortgeleden overleden dochter Cobi, een en ander naar aanleiding van onze eerste expositie over Henk van Leeuwen eind 1993.

Henk van Leeuwen van Oudewater geboren 22 januari 1890 in Ter Aar waar z'n vader machinist was op een stoomgemaal.
Toen hij 1 jaar was ging het gezin naar Oudewater waar hij opgroeide in een gezin met acht kinderen, vijf jongens en drie meisjes.
Al op z'n 10e - 12e jaar maakte hij buiten tekeningen.
Ook thuis, z'n moeder, z'n zusjes, lange Jans de naaister, z'n konijnen enz. Hij moest tekenen!!

Toen hij z'n vader te kennen gaf dat hij kunstschilder wilde worden vond z'n vader dat best maar hij moest eerst een vak leren.
Op zijn 14e verjaardag kwam hij als leerling bij een verversbaas van het oude stempel die veel van verfsoorten en kleurmengen af wist.
Daar werkte hij dan van s'morgens 5 uur tot s'avonds 8 uur, voor een kwartje en een sigaar van één cent in de week.
In de winter in de stille tijd leerde de baas hem verf wrijven op een marmerplaat.
Hij leerde de betekenis van de verf o.a. de okers, de ombers, het loodwit, het zinkwit en de zwarten.
Over de kleuren en de toon heeft hij ook veel geleerd van die ouderwetse vakman die ook wel wat landschapjes schilderde.

Toen hij 15 jaar was kwam hij in de leer bij de landschaps- of koeschilder A.J.J. van der Voo in Hekendorp waar hij z'n lessen moest betalen met de kennelhokken schoonhouden en witten, in de tuin werken en s'zaterdags een kip slachten.

In 1910 toen hij 20 jaar was kwam ene Jan van Erp een jutehandelaar uit Tilburg hem opzoeken en wilde hem steunen door hem naar Tilburg te halen omdaar te studeren.
Dat is er niet van gekomen maar Hr. van Erp kocht 12 doeken van hem.
Maar de oude heer van der Lee van de touwslagerij waar Jan dit aan verteld had vond dat hij z'n plaatsgenoot moest steunen.
Na z'n werk gezien te hebben samen met iemand van de kunstgeschiedenis heeft van der Lee schilderijen gekocht en meer gedaan zodat de vader van Henk z'n schulden kon betalen en Henk lekker kon doorwerken.
Er is een brief uit 1910 waarin vriend Jan schrijft aan Henk dat Jan Toorop het werk van Henk gezien heeft en naast enkele opmerkingen zeer lovend sprak over Henks werk.
"Dat is een schilder, ja hoor dat is een schilder, zie zo moet het zijn".

Toen zijn vader stierf in 1914 ging hij naar Den Haag.
In 1916 ongeveer 1 jaar Haagsche Academie.
Huwt in 1919, verhuist naar Voorburg in 1923.
Ongeveer in 1926 huurt hij een atelier in Parijs waar hij vaak studeerde aan o.a. de Academie Colarossi aan de Rue de la Grande Chaumiere en de Ecole Julian in de Rue du Dragon.
Deze laatste is wel de belangrijkste geweest daar kwam het zoeken naar het Luminisme. Het werk werd 'blonder'.
Daarna bezocht hij Bretagne, de Midi. de Riviéra, de oude stadjes in 't gebergte tot in Italië. Ook Corsica enige maanden. Iets na 1910 had hij ook al reizen gemaakt naar België, het oude Brugge enz.
Contacten met J.J. van Jole, Willem de Zwart, hij heeft Jongkind gekend Toorop en Konijnenburg en vele anderen.

In 1915 z'n eerste expositie in kunsthandel 't'Poortje' in Den Haag, met lovende kritiek. Hij heeft veel in groepstentoonstellingen meegedaan of met één enkele andere schilder.
Twee keer solo in zijn eigen Oudewater n.l. in 1926 olieverf en pastel in de Donkere Gaard en in 1950 bij Rijkelijkhuizen.
Maakte in 1951 met de trein een reis naar Barcelona, Madrid, Sevilla, Granada, Ronda, bepakt met rugzak, ezel stoeltje schilderskist enz.
In 1962 nog naar Italië, Rome, Florance, Venetie enz.
In 1955 in augustus een grote tentoonstelling in Santa Domingo, Dom, Republiek in Ciudad Trujillo. Dat regelde iemand daar voor hem. Het was een groot succes. Zo enthousiast waren ze daar dat er een andere expositie voor werd afgelast.
Hij behaalde in 1959 de Publieksprijs van de 'Haagse Salon' met een zelfportret.
Zijn laatste grote tentoonstelling hield hij van 4 t/m 19 maart 1961 in Panorama Mesdag in Den Haag. Met veel lovende kritieken.

Er zijn zeer veel doeken van hem de wereld in gegaan.
Zelfs Hare Majesteit Koningein Wilhelmina heeft 3 schilderijen gekocht.
In 1925 bij kunstzaal Kleykamp te Den Haag 'Winter te Veur'.
In 1933 ook bij Kleykamp een doek en in 1935 'Quai de L'Hotel de Ville'.
Bij een van die aankopen riep zij: 'Oh zo zou ik willen kunnen schilderen!'.

Als hij in Parijs was kwam hij veel bij een Hollandse vriend die daar woonde Theo van Essen. Een zeer knap tekenaar die de familie in Holland veel opzocht en ook bij Henk kwam. Ze gingen veel naar Musea en trokken er op uit. Als Theo in Parijs was schreef hij lange brieven met prachtige tekeningen naar Henk en omgekeerd Henk naar hem.
De brieven gingen meestal over de grote meesters en hun kleuren maar ook over de boerenkool met worst van Mies (Henks vrouw) en dan een borrel. Wij, de kinderen hebben nog veel van zulke brieven van Theo met razend knappe tekeningen. De brieven van Henk zijn helaas onvindbaar.

Henk heeft ook met Ben Viegers en Ype Wenning samengewerkt. Hij heeft veel leerlingen gehad. Als eerste Cor Noltee.

Zodra er sneeuw was gevallen en het bleef liggen ging hij met dikke wit- wollen handschoenen zonder vingers z'n schildersspullen en een stoeltje naar buiten. Vaak naar het nabijzijnde park of naar Broeksloot bij de ophaalbruggetjes of naar de vliet. Al was het koud, hij voelde het niet en dan kwam hij blij terug en zette het doek in de huiskamer tegen de wand om het nader te bekijken. Dat deed hij met alle schilderijen die hij gemaakt had of soms nog mee bezig was.

Vaak ging hij op de fiets met z'n spullen. Zo ook in de oorlog, hij was al in Leiden toen de Duitsers hem z'n fiets afnamen en hij helemaal met z'n schildersgerei naar Voorburg moest lopen. Natuurlijk woedend!
Nog iets uit de oorlog. Bij gebrek aan schilderslinnen gebruikte hij onze markiezen met strepen en prepareerde ze tot goede doeken.
Dolblij was hij met mooie houten paneeltjes. Soms werd het echter een doodgewoon stukje triplex of karton. Maar schilderen moest hij.
Hij was altijd met z'n werk bezig. Ieder papiertje, stukje krant of reclamefoldertje alles gebruikte hij om op te tekenen. Waar hij ook was.

Natuurlijk tekende hij veel z'n vrouw en kinderen.
Hij had de juiste vrouw getroffen want soms als ze ergens mee bezig was riep hij 'prachtig blijf even zo zitten' dat kon dan wel een paar uurtjes duren maar dat deed ze graag, dan aten ze maar wat later.
Hij was met schilderen ook een enorme vakman.
Hij zette een doek met dunne verf zo vlug mogelijk op. Dan gedeeltelijk de belangrijkste partijen invullen met dikke verf, als laatste kwamen de lichtpuntjes erop en eigenlijk zag je dan al het schilderij voor je.
Dan verder gegaan en het geheel uitgewerkt.
Hij hield het levendig door met drie kleuren te beginnen en die niet helemaal egaal te mengen. Soms nog met een ander kleurtje aan de kwast.

Als hij een portret schilderde nam hij het doek mee naar beneden om te kijken bij Mies. Soms zette hij het op z'n kop dan kon je beter zien of er diepte in zat. Dan was je niet afgeleid door de gelijkenis.
Hij kon heel snel een schilderij maken. In twee uur een heel doek opgezet als schets. En dan was het eigenlijk al mooi ! Maar hij was niet gauw tevreden.
Willem de Zwart zei tegen hem: Henk als je een schilderij verkoopt of desnoods weggeeft; het moet goed zijn.

Hij is vele jaren lid geweest van de Haagse Kunstkring en van Pulgri Studio in den Haag. De Haagse school en Barbizon hadden veel invloed op zijn werk.
Tussen 1930 en 1937 woonde hij met vrouw en kinderen in Den Haag. Daarna tot zijn dood op 23 augustus 1972 in Voorburg.


Terug naar overzicht